Ex-leerkracht over ongelijkheid in het onderwijs

De goednieuwsshow rond financiën
27 januari 2018
Sportinfrastructuur, wie betaalt dat?
11 april 2018

Ex-leerkracht over ongelijkheid in het onderwijs

Interessant onderzoek van de KU Leuven over gelijke kansen in het middelbaar. Men gaf een aantal fictieve rapporten waar leerkrachten en directeurs een oordeel over moesten vellen en het bleek dat, als de punten niet verschillen maar de achtergrond wel, leerlingen toch een ander oordeel krijgen. Leerlingen met kansarme achtergrond en van allochtone origine kregen gemakkelijker een B-attest.

Als ex-leerkracht ben ik niet verbaasd. Het is nu eenmaal zo dat leerkrachten verder kijken dan de punten (gelukkig maar). Maar waarom geven ze niet dezelfde kansen aan kinderen uit kansarme gezinnen? Dat is niet omdat die leerkrachten van slechte wil zijn, maar omdat de structuur van ons onderwijs een leerling heel afhankelijk maakt van zijn ouders.

Klas

Toen ik nog maar net les gaf had ik ooit iets slecht uitgelegd, erbarmelijk slecht. Mijn leerlingen keken mij aan alsof ik Japans sprak en ik was ze helemaal kwijt. De oefeningen die ik daarna wilde maken op het onderwerp gingen dan ook helemaal niet. Ik nam me voor om het de volgende dag opnieuw uit te leggen, deze keer op een goede manier.

Maar toen ik mijn uitleg de volgende dag deed bleek al snel dat een deel van mijn klas het al helemaal begreep. De oefeningen gingen dan ook vlot voor dat deel van de klas. Ik dacht initieel dat zij mijn les van de dag ervoor wel begrepen hadden en dat het zeer begaafde kinderen waren. Maar toen ik een aantal daar na de les over aansprak, bleek het helemaal niet dat zij iets aan mijn uitleg gehad hadden. Nee, het was mama/papa/oma/opa/nonkel/tante/broer/zus die de avond er voor samen met de leerling de les had overlopen en oefeningen had gemaakt omdat ze het niet begrepen. Het was mijn eerste confrontatie met het feit dat de inzet van leerkracht en leerling maar gedeeltelijk verantwoordelijk waren voor de slaagkansen.

Daarna merkte ik steeds vaker dat je als leerkracht niet altijd de inherente kracht van een leerling kan laten primeren. Telkens ik een nieuw onderwerp begon en oefeningen maakte, bleken de prestaties te verschillende ten opzichte van de prestaties in de daaropvolgende lessen over hetzelfde thema. Leerlingen die het goed deden in de eerste les, doen dat niet noodzakelijk daarna en andersom. Maar dat had zelden te maken met het onderwerp of de manier waarop ik les gaf. Er was één belangrijke factor: de thuissituatie.

Het was quasi onmogelijk om geen huiswerk te geven, het leerplan stond daarvoor veel te vol. En des te meer huiswerk er was, des te groter de verschillen werden tussen leerlingen. Ook merkte je een duidelijk effect van leerlingen die plots bijles kregen en het aantal leerlingen met bijles was niet min.

(Ik gaf daarom zowat elke week een extra les op de middag voor zij die wilden, om te compenseren voor de thuissituatie. Dat was haalbaar voor mij met mijn ¾ uurrooster, maar dat geldt zeker niet voor elke collega. En de motivatie om je middagpauze op te geven om wiskunde te doen was zeker niet aanwezig bij elke leerling.)

Klassenraad

Ik ben dus helemaal niet verbaasd met het resultaat van deze studie. In de klassenraad wordt niet de vraag gesteld “Welk attest verdient deze leerling op basis van deze punten?” maar “Wat is het beste toekomstperspectief voor deze leerling?” (goed) of “past deze leerling op onze school?” (niet de goede instelling vind ik, maar het gebeurt).

Leerkrachten die dan, op basis van de achtergrond verschillende antwoorden geven zijn niet dom of racistisch, maar maken een redenering op basis van slaagkansen van die leerling in verschillende situaties. Het is waarschijnlijk dat een kind van gegoede afkomst wel de ondersteuning zal krijgen om succesvol het ASO af te ronden omdat de ouders er langs gaan zitten of omdat ze bijles betalen. Anderzijds is dat minder waarschijnlijk voor een kind uit een kansarme thuissituatie. Niet omdat die ouders niet betrokken zijn (integendeel vaak), maar omdat zij niet zelf de capaciteiten hebben om te helpen of de middelen hebben om daarvoor te betalen.

Dat brengt ons bij het fundamentele probleem, de beoordeling van die leerkrachten is normaal omdat ons onderwijssysteem erin faalt om achtergrond weg te werken. Die faling gaan we niet weggewerkt krijgen zolang we de factor die al het werk van leerkrachten teniet doet niet wegnemen: huiswerk.

Huiswerk

Daarom is mijn voorstel simpel en stokoud: schaf huiswerk af  tot het 4de midddelbaar en voeg aan elke schooldag een extra lesuur toe waarin leerlingen verplicht en onder begeleiding werkjes maken en voor toetsen leren. Op die manier zijn er gelijkere kansen voor leerlingen en het zal leerkrachten bewuster maken van de hoeveelheid huiswerk die leerlingen torsen. Het geeft misschien zelfs de mogelijkheid om enkele nodeloze elementen in de leerstof te laten vallen.

Dit is ook goed voor de kinderen die nu voordeel halen uit hun thuissituatie, voor hen geeft dit meer ruimte om hun hobby’s te doen en is het ook een kans om zelfstandigheid te leren. Want er komt voor iedereen een moment in het leven waarop het thuisfront niet meer kan doen dan steunen, en dat moment komt beter vroeg dan laat.

We hebben het zwart op wit staan dat het gezin waarin je geboren wordt bepalend is voor je kansen ondanks je kwaliteiten. Dat is onaanvaardbaar. We kunnen niets doen en jaar na jaar een ongelijkheid in stand te houden, of we kunnen kiezen om daar eindelijk iets aan te doen door iets in te voeren dat de meeste werknemers normaal vinden: werk gebeurt binnen de werkuren.