Het asfalt is op

Over boerka’s en boerkini’s
14 juli 2018
Help! Er loopt een weg over mijn fietspad
3 augustus 2018

Het asfalt is op

Het asfalt is op! Door een combinatie van verschillende factoren liggen wegenwerken in Vlaanderen stil. De hoofdoorzaak is het beleid van de gemeentebesturen. Zowat alle gemeenten stellen hun werken uit tot in het verkiezingsjaar (dit jaar dus) zodat alle wegen er piekfijn  uitzien op de verkiezingsdag en mensen zouden stemmen voor het huidige bestuur. Door deze overdaad aan werken in elke gemeente kan het asfalt niet volgen. Ik heb al eerder gewezen op het feit dat werken duurder worden omdat iedereen ze tegelijk laat uitvoeren, maar nu geraken ze op de koop toe niet eens af omdat het asfalt op is. Een ware schande, want als belastingbetaler verdienen we goede wegen, fietspaden en voetpaden. Hoe zit het in Leuven? En hoe zorgen we ervoor dat deze praktijk stopt?

In Leuven is het heel duidelijk dat er een onderinvestering was de voorbije jaren (of een overinvestering in dit jaar).  In 2018 plant de stad dubbel zo veel uitgaven aan wegen (inc. voetpaden en fietspaden) als in één van de voorgaande jaren (zie figuur 1). (budget=geplande uitgaven)

Figuur 1

Toegegeven, budgetten vergelijken met reële uitgaven is geen loepzuivere manier om aan te tonen dat deze overinvestering een bewuste keuze was van het bestuur. Aan de hand van deze eerste grafiek zou men ook kunnen veronderstellen dat de stad er gewoon niet in slaagt om haar beloofde investeringen uit te voeren en alle budgetten noodgedwongen doorschuift naar het laatste jaar. Hoewel dit ook waar is (de stad slaagt er echt niet in om haar geplande investeringen te doen), is er hier toch meer aan de hand.

Als we de startbudgetten naast elkaar leggen (dat zijn de budgetten zoals ze origineel ingepland waren), zien we toch dat er met voorbedachte rade hogere uitgaven gepland stonden in het verkiezingsjaar (zie figuur 2). We zien hier dat de uitgaven die voor 2018 gepland stonden gemiddeld 50% hoger liggen dan in de drie jaar daarvoor. Met andere woorden: de stad plant bewust meer uitgaven in een verkiezingsjaar.

Figuur 2

 

Deze ‘verkiezingsuitgaven’ zijn -objectief gezien- slecht beleid. Het kost ons meer, ze geraken niet af en het betekent dat er werken bewust uitgesteld zijn. Je moet niet links of rechts zijn om in te zien dat dit slecht is voor de burgers van Leuven.

De vraag is nu, hoe voorkomen we dit? Hoe zorgen we er voor dat wegen er niet enkel goed bij liggen op de verkiezingsdag, maar ook op elke andere dag? Ik had al eerder gesuggereerd dat men hier een test voor kan maken: investeringsuitgaven mogen in een verkiezingsjaar max. 20% hoger liggen dan in andere jaren. Dat is simpel en helder. Maar hoe kan een gemeentebestuur er dan voor zorgen dat er niet te veel pieken zijn in de uitgaven?

Een stuk van de oplossing ligt in de diensteneconomie. Diensteneconomie wil zeggen dat je als klant niet het product koopt, maar de dienst. Neem bijvoorbeeld een wasmachine: nu kopen we wasmachines, gebruiken we ze, gaan ze stuk en vervangen we ze. Een zeer vervuilend lineair systeem. Maar stel dat je niet de wasmachine koopt, maar de dienst van het hebben van een wasmachine: je betaalt een maandelijks bedrag en in ruil garandeert het bedrijf dat er altijd een functionerende wasmachine is. Op deze manier zal de aanbieder van de wasmachine enkel nog producten aanbieden die lang meegaan en herstelbaar zijn. Beeld je in wat dit zou kunnen betekenen voor de markt van smartphones en computers waarvan nu iedereen duidelijk weet dat de toestellen gemaakt worden met een beperkte levensduur zodat consumenten het product vaker moeten aankopen.

Hetzelfde kunnen we doen voor onze wegen in Leuven. Op dit moment huren we straat per straat aannemers in om de straat te vernieuwen als deze er te slecht bij begint te liggen. Maar men begint er pas aan als het al te laat is en daarom zijn er altijd straten die er slecht bij liggen, denk maar aan hoe de Parkstraat er jaren heeft bij gelegen voor de vernieuwing. Stel dat de stad een bedrijf niet alleen zou inhuren om de weg aan te leggen, maar bedrijven zou zoeken die zich er toe verbinden om een weg te vernieuwen en te onderhouden voor een langere periode, bijvoorbeeld 20 jaar. De stad stipuleert in de aanbesteding welke voorwaarden er zijn: geen hoogteverschillen van meer dan 2 cm, geen barsten van meer dan 1 cm, … in ruil voor een jaarlijks bedrag.*

Met zo’n systeem bekom je twee zaken: enerzijds zorg je ervoor dat je kosten gespreid zijn in de tijd omdat de stad weet hoe veel ze jaarlijks uit moeten geven aan wegenonderhoud. Anderzijds hebben de aannemers een impuls om hun wegdek zo duurzaam mogelijk te bouwen aangezien zij zelf moeten opdraaien voor de herstellingen. Dat is dus goed voor de gebruiker, de belastingbetaler en voor het milieu. Een win-win-win.

 

*****************************************************************************************************************

 

 

*vanzelfsprekend is het zo dat de aannemer tijd moet hebben tussen het ontdekken van de schade aan het wegdek en de herstelling, bijvoorbeeld 2 weken. Daarnaast zal het zo zijn dat er ook een boete moet gestipuleerd worden voor het geval de aannemer zich niet houdt aan deze voorwaarden.