Schepen

Vliegen
2 december 2018
Alice in Wonderland
15 januari 2019

Schepen

Schepen.

Wie had dat gedacht.

Te jong, niet “links” genoeg, een babyface, te soft, te brutaal, te onervaren … Ik heb het allemaal gehoord. Maar kijk, hier ben ik nu, schepen in Leuven. Wie had dat gedacht toen ik 20 was en voor het eerst kwam piepen bij Groen Leuven? Eerst nog schuchter: ik wilde zien hoe het werkte, maar me nog niet onmiddellijk vastklikken aan een partij. Toch bleef ik trouw elke maand naar het partijbestuur gaan en luisterde ik. Naar de problemen in de gemeenteraad. De problemen met de verkiezingen. Maar vooral: de problemen van Leuven, mijn stad. Ik werd voorzitter van het toen nog onbestaande Jong Groen Leuven. Dat werd een leerschool en speeltuin tegelijk. Ik organiseerde debatten en lezingen, soms voor zes mensen, dan weer voor 120. Het was een periode van vallen en opstaan. Voor elk succes dat ik boekte, liep ik twee keer met mijn hoofd tegen de muur. Maar het werd een succes. Bij de start van de campagne voor de verkiezingen van 2012 was Jong Groen Leuven een goed georganiseerde politieke jongerenbeweging. En ik stond, op mijn 23e, op de lijst voor Groen in Leuven. We waren toen een kleine partij met vier zetels. Ik droomde er stiekem al van mijn stad ooit mee te besturen, maar in de eerste plaats was ik dankbaar voor de kansen die ik kreeg.

Vanop de vierde plaats was ik blij met elk beetje aandacht dat ik kreeg. Ik had sowieso het gevoel dat ik boven mijn gewicht aan het boksen was. Dat was zeker het geval toen ik op een avond Kristof Calvo verving in een debat van een studentenvereniging. Met honderd mensen in de zaal debatteerde ik met Jan Peumans, Bruno Tobback, Peter Van Rompuy en Gwendolyn Rutten. Toen ik daar applaus kreeg na een goede tussenkomst, wist ik: dit wil ik vaker doen. En dat deed ik dus zo veel ik kon: elk debat ging ik aan, in een zaal voor publiek of op café met een pint. Ik moest en zou praten over de toekomst van de stad en de wereld en hoe we de problemen die ons bedreigden, zouden kunnen oplossen. Niet zonder resultaat, want in januari 2013 werd ik gemeenteraadslid.

In de gemeenteraad was ik de jongste en waren de verwachtingen aanvankelijk laag. Met vallen en opstaan verwierf ik langzaam maar zeker expertise en geloofwaardigheid. Naarmate ik kennis opbouwde en mijn tussenkomsten beter onderbouwde, groeide het vertrouwen en de interesse van collega’s over de partijgrenzen heen.Naar het einde van de legislatuur toe voerde ik over steeds meer thema’s het woord. Dat voelde geweldig, maar ging ook gepaard met de nodige teleurstelling. Hoe sterk mijn argumenten ook waren en hoeveel mensen ik ook overtuigde, het beleid veranderde langzaam of niet. En dat deed de ambitie om het Leuvense beleid mee vorm te geven vanuit de meerderheid, groeien. Ik zou pas echt iets kunnen doen als ik mee aan de knoppen zat.

En daar zit ik nu, geen passagier meer, maar mee aan het stuur. Samen met 9 (!) collega’s in de gemeenteraad en 2 collega’s in het schepencollege kunnen we vanuit Groen de stad mee vorm geven. Ik word verantwoordelijk voor de thema’s personeel, organisatie, ICT, aankoopbeleid, stadsreiniging, studentenzaken en dierenwelzijn.

Het is zo ver. Ik moet nog steeds af en toe in mijn arm knijpen om zeker te zijn dat het echt is, maar het is zo. Bedankt aan iedereen voor het vertrouwen, het werk is begonnen.