Tegen de stemtest

De roze olifant in de kamer
7 november 2019
Niemand aan het stuur
24 februari 2020

Tegen de stemtest

De maatschappij is een abstracte term, maar is niets minder dan wij. Wij en al onze gedachten, al onze intermenselijke structuren, of intersubjectiviteit zoals Yuval Harari, de bejubelde historicus die eergisteren moeiteloos de Lotto Arena vol kreeg, dat noemt. De maatschappij is niet statisch omdat onze gedachten erover dat ook niet zijn. Wat is een goede maatschappij? Wat maakt een groep mensen welvarend en gelukkig? Mensen dachten daar vroeger anders over dan vandaag. Maar vandaag denken we steeds minder na over die grote vragen. De focus ligt op de kleine feitjes en de faits divers, niet op de grote vragen van onze tijd.

Nochtans is het fundamenteel om na te denken over de doelen van onze maatschappij en hoe we die doelen willen bereiken. De richting die we als individuen kunnen uitgaan, hangt afhankelijk van hoe onze samenleving gevormd is. De ideeën van onze tijd geven de maatschappij vorm. Het is dus ieders taak om daarover na te denken. Wie niet mee nadenkt, staat toe dat anderen de ideeën van onze tijd bepalen. Hoe minder mensen mee de tendensen van onze tijd vormgeven, des te meer we als maatschappij een speelbal zijn van enkelen. We moeten dit debat bewust voeren.

Nog belangrijker is dat dit gebeurt op de momenten die we nu gebruiken om het maatschappelijk denken te bepalen: verkiezingen. Nu kijken we naar partijen met een checklist in de hand en gaan we na met hoeveel van onze puntjes ze het eens zijn. De stemtest is daar het grootste voorbeeld van. Letterlijk een lijst met slecht geformuleerde standpunten waar je het mee eens of oneens kan zijn, om vervolgens te kijken voor welke partij je moet stemmen en dit zonder enige consistentie of visie. Als dat de toekomst is van onze democratie dan lopen we als maatschappij in het ijle te zigzaggen door de geschiedenis. Tijdens een regeerperiode komen er immers heel wat keuzes op het pad van de politici die we onmogelijk kunnen voorspellen. Keuzes die niet in een stemtest vervat kunnen worden. In een democratie moeten we weten welke richting een partij uit wil in de brede zin van het woord. We lopen het risico dat beleidskeuzes allemaal los van elkaar gezien worden met een inconsistent beleid als gevolg. Partijen moeten een visie uitdragen, geen verzameling zijn van individuen met meningen die voor 80% overeenkomen in de stemtest.

Nochtans lijkt dit wel wat mensen willen. men stemt steeds minder voor de grote klassieke ideologieën: christendemocratie, socialisme, liberalisme. Het zijn bijna betekenisloze woorden geworden. Mensen stemmen niet meer voor een ideologie, ze stemmen tegen iets: tegen migratie, tegen België, tegen de klimaatverandering, tegen de rijken. Vaak met een motivatie die gaat over hun eigen leefwereld, de vraag: “waar word ik beter van?” staat centraal.

En in die categorie hoort ook de volgende populaire vraag thuis: de maatschappij, wie is dat? Zijn dat ook mensen die een andere taal spreken of een andere huidskleur hebben? Zijn dat ook de Walen en de Brusselaars? Hoewel die vragen niet helemaal onbelangrijk zijn, hebben ze zand in de ogen gestrooid van de mensen. Ze vertellen weinig of niets over de richting die we uit willen als maatschappij, noch over hoe partijen om zullen gaan met de problemen die zich ongetwijfeld zullen aandienen in een legislatuur. Sommigen willen de mensen doen geloven dat alle problemen kunnen opgelost worden door het verengen van wie “wij” zijn. Alsof minder talen en minder culturen de oplossing zou zijn van al onze maatschappelijke problemen.

Daarnaast vervallen steeds meer partijen in populisme. In plaats van maatregelen voor te stellen die samen een geheel vormen, wordt gefocust op de individuele maatregelen waar dan enkel de vraag wordt gesteld “maar is hier wel draagvlak voor?”. Zo heeft N-VA  in heel de discussie over salariswagens gesteld dat je rationeel iets moet doen aan de salariswagens, maar daar is geen draagvlak voor. Hetzelfde voor rekeningrijden. Ik hoor dat in verschillende partijen steeds vaker de vraag wordt gesteld of een idee wel populair zal zijn, in plaats van de vraag of een idee wel goed is. Dat is toch de schaamte voorbij? Wie durft met die houding in de politiek zitten? Je kan geen toekomstvisie naar voren schuiven als je enkel bereid bent om te doen wat populair is.

Door enkel bezig te zijn met wie “wij” is en welke individuele maatregelen al dan niet voldoende draagvlak hebben, zijn we te weinig bezig met de grotere maatschappelijke kwesties. Meer nog, het voorkomt dat partijen ons vertellen over hoe de toekomst eruitziet. U weet wel: de vraag “waar zie jij je over 10 jaar?” houdt mensen van tijd tot tijd wel eens bezig. Wel, die vraag zou ons als maatschappij ook bezig moeten houden. Ik vind dat we mogen verwachten van partijen dat ze ons dat vertellen. Dat ze zeggen hoe ze ons zien over 10, 20, 30 jaar, dat ik weet welke toekomst ik mag verwachten voor mijn kinderen als ik op die partij stem. Als we die vraag niet stellen, zijn we als maatschappij gedoemd om ergens uit te komen waarvan niemand wist dat we er onderweg naar waren, in een land waar het beleid met haken en ogen aaneenhangt.