De ene democratie is de andere niet

De evolutie van afval op het openbaar domein in Leuven
20 april 2020

De ene democratie is de andere niet

In de VS (en bij uitbreiding de wereld) wordt het vergrootglas gelegd op enkele staten waar de tellingen voor de presidentsverkiezingen nog steeds aan de gang zijn. De uitslag van die staten zal bepalen wie de volgende president wordt en vorm zal geven aan de VS (en bij uitbreiding de wereld). Maar eigenlijk zijn de tellingen in heel veel andere staten ook nog aan de gang. Toch wordt daar niet over gerapporteerd. Zijn de stemmen in die staten dan minder belangrijk? Ja, die stemmen zijn minder belangrijk.

VS

Dat die stemmen minder belangrijk zijn heeft alles te maken met het winner takes all-systeem in zowat alle Amerikaanse staten: wie het meeste stemmen behaalt in een bepaalde staat, krijgt alle kiesmannen achter zich. Het maakt niet of of dat met de kleinste marge dan wel met stalinistische cijfers gebeurt. Moest ik 2 miljoen Californiërs overtuigd hebben om op Trump te stemmen (wat ik niet zou willen), dan zou dat niet eens een impact hebben op het eindresultaat, precies omdat Biden zo ver voor staat. De staten waarin Trump dan weer voor staat zijn veel nipter. Moest ik daar 2 miljoen stemmers hebben kunnen overtuigen om voor Biden te stemmen, dan zou dat wel impact hebben op het uiteindelijke resultaat. Een stem is dus niet overal evenveel waard en het kwalijke gevolg is dat, moest het draaien om het behalen van het grootste aantal stemmen, Biden al lang gewonnen had.

Je kan zo’n systeem bezwaarlijk democratisch noemen. Ja, het volk beslist. Maar het feit dat stemmen niet overal evenveel waard zijn en dat het grootste aantal stemmen halen niet noodzakelijk leidt tot het presidentschap, roept vragen op bij de democraten onder ons.

VK

Zo’n ondemocratisch systeem lijkt ver van ons bed, maar aan de overkant van het kanaal hebben we dat ook. Het Britse Lagerhuis wordt bevolkt door politici die elk hun district vertegenwoordigen. Hoewel het in de middeleeuwen steek hield dat iemand de bezorgdheden van een bepaald district aanbracht in het verre Londen, blijkt het vandaag de dag toch allerminst geschikt om thema’s van nationaal belang te bespreken. Ten eerste omdat het parlement (net zoals in de VS) helemaal geen vertegenwoordiging is van het volk. Zo bestuurt de conservatieve partij met 56% van de zetels maar met nog geen 44% van de stemmen. Ook de Schotse Nationalistische Partij (die enkel opkomt in Schotland natuurlijk) behaalt zo 7,4% van de zetels met 3,9% van de stemmen omdat haar kiespubliek geografisch geconcentreerd is. Kleinere ideologische partijen hebben dus brute pech omdat hun kiespubliek verspreid is over het land. Zo haalt de liberaal-democratische partij wel 11,6% stemmen (een beetje zoals de liberalen hier), maar heeft ze maar 1,7% van de zetels.

Een tweede gevolg van zo’n kiessysteem is dat capabele kandidaten niet altijd kans maken. Je zal maar de tweede beste politicus zijn van het land maar in het district wonen van de beste politicus. Dan geraak je onterecht niet verkozen. En – last but not least – zorgt het ervoor dat politici de lokale problemen van hun district komen aanklagen in het parlement. Soms gaat het in het parlement over het hoeden van schapen en de velden waarop dat mag. Politici zijn dus vaak bezig met zeer lokale belangen omdat ze niet verkozen worden voor het nationale belang. Het zorgt ervoor dat de grote meerderheid van de Britten Boris Johnson niet op zijn kiesbiljet heeft zien staan en er dus ook niet echt voor (of tegen) heeft kunnen stemmen.

België

Maar is het in België dan zo veel beter? Ja, maar verre van perfect. Ook in België zijn er allerlei systemen die voorkomen dat het parlement een echte representatie is van de wensen van de bevolking. Wij werken gelukkig niet met een winner takes all-systeem, maar wel met een kiesdrempel en provinciale kieskringen. Het geeft gelijkaardige problemen: niet elke zetel is even duur in aantal stemmen. Zo heeft de partij Défi wel heel wat stemmen gehaald in Brussel en Wallonië. Maar door de kiesdrempel heeft Défi enkel zetels gehaald in Brussel, met als gevolg dat de zetels voor de andere Waalse partijen minder stemmen vereisten. Défi haalt per zetel maar liefst dubbel zoveel stemmen als de andere Waalse partijen.

Ook in België is dus niet elke stem evenveel waard. Maar dat is niet het enige. Het feit dat de meerderheid van de Belgen niet voor (of tegen) nationale kopstukken kan stemmen doet toch ook de wenkbrauwen fronsen. Van De Croo tot Michel en Di Rupo, ze zijn allemaal verkozen door een kleine groep stemmers in één enkele provincie. Dat is toch een frustratie waar zelfs de Amerikanen geen last van hebben.

Nationale kieskring

We moeten voortdurend nadenken of ons democratisch systeem niet beter kan. Het systeem dateert uit een tijd dat het niet haalbaar was voor politici om nationaal campagne te voeren en het logisch was om enkel campagne te voeren op provinciaal niveau. Dat is vandaag wel anders. Door de digitale media en de snelheid van reizen is het net veel logischer om campagnes over de provinciale grenzen te organiseren. Dat gebeurt de facto trouwens al. Alleen ziet de kiezer het niet op zijn of haar stembiljet waarop enkel de kandidaten van zijn of haar provincie staan. Het stembiljet komt dus niet overeen met de campagnes en de verkiezingsdebatten.

Dus waarom kiezen we niet voor een grote nationale kieskring voor parlementsverkiezingen, of op zijn minst voor een deel van het parlement? Zo’n systeem zou er in ons verdeelde België voor zorgen dat Walen en Vlamingen op alle partijen kunnen stemmen. Het zou ook betekenen dat het eindelijk interessant wordt voor politici om deel te nemen aan tv-programma’s aan de andere kant van de taalgrens. Alle discussies over Vlaamse en Waalse meerderheden zijn dan overbodig en het geeft iedereen de kans om op nationale kopstukken te stemmen. Elke Belg zal er niet aan moeten twijfelen wat zijn of haar stem waard is, want die is evenveel waard als die van elke andere Belg.