Zorgen voor de zorg

Ik was ooit leerkracht
6 september 2022

Zorgen voor de zorg

Men zegt altijd dat er een tekort is in de zorg, dat er te weinig mensen instromen en te veel mensen vertrekken. Het zijn feiten, maar zeggen ons niets over de eigenlijke oorsprong en brengen ons dus geen stap vooruit. Het is zoals zeggen dat er water in het ruim staat van het zinkende schip. Iedereen ziet dat het schip zinkt, dus natuurlijk staat er water in het ruim! We moeten praten over het lek, waar het zich bevindt en hoe we het moeten dichten. Dat lek in de zorg is de verloning en de werkomstandigheden van ons zorgpersoneel.

 

Er is een leegloop aan de gang in de zorg. Of het nu gaat over kinderzorg of ouderenzorg, we worden ermee om de oren geslagen.  Het zorgbedrijf van mijn stad, Leuven, heeft op één jaar tijd 9% minder rusthuispersoneel en daardoor volledige vleugels moeten sluiten. Voor de thuiszorg is het nog schrijnender: op één jaar tijd is er daar 15% minder personeel. Mensen die thuiszorg vragen worden op een wachtlijst geplaatst. De evolutie rond de kinderverzorging leest u in het nieuws.

Het is echter een grensoverschrijdend probleem: zowel in Leuven als in andere centrumsteden in België, zowel bij de overheid als in de privé. Waarom verlaten verplegers de zorg massaal? Ze zoeken betere verloning en werkomstandigheden. Deze vinden ze soms in andere jobs, maar er blijkt nog een andere, veelal ongekende, dynamiek te spelen: verplegers veranderen van werkgever, maar niet van job. Ze verlaten namelijk hun huidige werkgever, om door een interimkantoor in dezelfde zorginstelling tewerkgesteld te worden. Ze hebben dan voor hetzelfde werk meer flexibiliteit, een beter loon en een salariswagen. De oncollegiale actie is leuk voor de individuele werknemer, maar is een financiële aderlating voor de zorginstelling die een veelvoud moet betalen voor deze “interimkrachten”. Het leidt tot een vicieuze cirkel waarin het verminderen van het personeel, de werklast verhoogt op de overblijvers, die op hun beurt – en vaak ongewild – wegvallen.

Niet alleen de uitstroom is problematisch hoog, ook de instroom is zorgwekkend laag. Ondanks de hoopvolle berichtgeving dat de interesse in de zorgopleidingen tijdens de coronacrisis sterk toenam, bleek deze dynamiek maar van korte duur. Bij de start van dit academiejaar bleken de inschrijvingen voor zorgkundigen drastisch gedaald. Ver moeten we niet zoeken naar de oorzaak: het vooruitzicht om zorgkundige te worden is namelijk niet aantrekkelijker geworden na de crisis. Hoewel hun rol werd geëerd en er eenmalige premies kwamen om in het beroep te stappen, werd dat nauwelijks vertaald in extra tegemoetkoming of betere werkomstandigheden die het geheel van de loopbaan aantrekkelijker maken.

We lijken met z’n allen helemaal overtuigd van de noodzaak van goede zorg, maar maatschappelijk blijft het beroep te weinig naar waarde geschat en dus blijft de vertaling naar de broodnodige investering ook uit. Ook het zorgpersoneel verdient een zekere flexibiliteit, die in andere sectoren – mede dankzij de coronacrisis – wel werd doorgetrokken. Als we willen blijven behoren tot de wereldtop op vlak van gezondheidszorg, zal er structureel en fundamenteel niet alleen een mentaliteitswijziging noodzakelijk zijn, maar ook de overeenkomstige financiële investering.  Want zolang we hier niet toe bereid zijn, zullen de zorgzoekenden enkel maar toenemen en de zorgers afnemen. En wat blijft dan nog over? Zorgen.

 

(Ja, ik heb een foto van mijn petekind gebruikt voor dit artikel😁)